Offshore wind is definitief doorgebroken

Offshore wind is definitief doorgebroken

Borssele & Vesterhav tenders leveren het bewijs

Op 5 juli jl. verraste DONG de energiewereld door de Nederlandse Borssele offshore wind tender te winnen met 7,27 Eurocent / kWh. Op 12 september 2016 deed Vattenfall er nog een schep bovenop door de Deense Vesterhav offshore wind tender te winnen met 6,38 Eurocent / kWh. Nu het stof is neergedwarreld, is de vraag wat dit betekent voor de toekomst van duurzame energie in het algemeen en voor offshore wind in het bijzonder.

Twintig jaar geleden rondde ik mijn afstudeerscriptie over het efficiënter ontwerpen van funderingen voor windmolens op zee af. Ik had toen niet durven dromen dat de ontwikkeling van wind op zee zo snel zou gaan. Lang werd wind op zee afgedaan als “te duur”, dat is definitief voorbij. De elektriciteit van offshore wind is nu goedkoper dan die van een gascentrale en dat zal zo blijven. Als we alle milieukosten van een kolencentrale meetellen, is het investeren daarin passé.

Wat zie ik verder als trends? 

Grote zonnevelden en offshore windparken gaan de Europese energievoorziening domineren. Er komt per jaar op het Nederlandse continentale plat een groot windpark bij. In Europa staat er in 2030 ca. 70 GW aan vermogen (ruwweg 70 grote parken) en in 2050 ca 250 GW. Overal in de wereld waar aan de kust vraag is naar elektriciteit en waar de zee niet dieper is dan 50 meter, komen offshore windparken. Azië is de grote groeimarkt. Het Nederlandse en Deense tendersysteem zal gekopieerd worden. De Engelse en Duitse overheden hebben al concrete interesse.

Consolidatie in de supply chain zien we nu al. Ik verwacht 4 tot 5 wereldspelers. Siemens, GE, Vestas-Mitsubishi en één of twee anderen. Voor Borssele en Vesterhav gaat gewerkt worden met windturbines van meer dan 8 MW, met rotordiameters van 150-180 meter. Maar 10 en 12 MW machines zullen snel volgen. De schaalvergroting van de parken wordt mede mogelijk gemaakt door de slimme uitgifte van grote concessies door overheden. De schaalvergroting leidt tot het goedkoper worden van het onderhoud en de infrastructuur van funderingen, kabels, substations en schepen. De risico’s voor investeerders zullen verder dalen. De marge die banken krijgen bovenop de Euribor zal blijvend verlagen tot 200 basispunten (2 procent) en minder. Tenzij de Euribor weer significant gaat stijgen, zullen de financieringslasten zo blijvend laag zijn. Als de staalprijzen weer stijgen zal dat een effect hebben, maar in het Borssele 3&4 consortium, waar BLIX nu meedraait, zien we dat de engineering steeds geavanceerder wordt en dat hiermee de kosten van funderingen competitief blijven, ondanks de steeds groter wordende turbines. Met de nieuwste generatie turbines worden ook drijvende constructies haalbaar, die nodig zijn voor grotere waterdieptes. Voor de kusten van bijvoorbeeld Schotland, Noorwegen en Japan zullen de eerste drijvende parken gaan verrijzen. Misschien wel binnen 5 of 10 jaar.

Flexibele kilowatturen

Zon gaat de bulk van de stroom overdag en in de zomer produceren, wind vooral ’s nachts en in de vroege lente, late herfst en winter. Door de aanleg van diverse inter-connectoren kan gebruik worden gemaakt van de verschillen in vraag en aanbod tussen verschillende landen in Europa en Noord-Afrika. Er zal steeds meer behoefte ontstaan aan opslag van elektriciteit en de ontwikkeling van systemen hiervoor zal snel gaan. Want in de nabije toekomst is er geen behoefte meer aan kilowatturen, maar aan flexibele kilowatturen. Kilowatturen die geconsumeerd kunnen worden wanneer er vraag naar is. Onze elektrische auto’s kunnen bufferen, maar de industrie ook, door productie te draaien wanneer er stroom in overvloed is en de productie te verminderen wanneer stroom schaars is. Andere veelbelovende mogelijkheden liggen in het met windparken offshore produceren van energiedragers die via bestaande olie- & gasinfrastructuur naar land gaan.

En wind op land dan?

Vlak voorlopig wind op land niet uit. Met de aanhoudende lage rentestanden, verdere techniekverbetering, schaalvergroting richting 5 en 6 MW, hogere ashoogtes en lagere grondvergoedingen zal de kostprijs daarvan ook dalen. BLIX heeft berekend dat een windpark op land in Noord-Brabant wat tot voor kort 9 Eurocent / kWh nodig had om rendabel te zijn, met een lage rentestand en de nieuwste turbinetypes uit kan voor 6 Eurocent / kWh.