De uitrol van een net op zee

Column door Albert van der Hem

Mijn hart ligt bij offshore wind. Ik ben nu elf jaar actief in die sector en ontwikkelde met een team van vijftien mensen Belwind en Sheringham Shoal toen ik nog bij Econcern werkte. Beide parken produceren inmiddels voor meer dan 500.000 Belgische en Engelse huishoudens duurzame stroom. Conclusie: met offshore wind kun je meters maken. Dat erkent ook het Energieakkoord. De kostprijs moet naar beneden, en ik weet niet of dat snel genoeg gaat lukken, maar ik zie wel erg veel commitment van alle partijen om tot kostprijsverlaging te komen.

De Rijksoverheid neemt haar deel door de uitrol van windenergie op zee geclusterd en onder regie op te pakken. Zeg maar het Deense systeem. Het Ministerie van Economische Zaken zal bodem-, wind- en golfgegevens van de kavels aanleveren en een tender organiseren. Dat leidt tot concurrerende biedingen, met een kostprijsverlagende werking. De risico’s worden in een dergelijk systeem het meest optimaal verdeeld tussen overheid en bedrijfsleven.\n\nOp het vlak van de netaansluiting heb ik vertrouwen in de aanwijzing van TenneT als netbeheerder op zee. Sheringham Shoal werd ontwikkeld met een eigen netaansluiting. In die tijd zei ik wel eens: "Het zijn twee projecten die we ontwikkelen, een windturbineproject en een netaansluitingsproject."

Voor Sheringham Shoal legden we een verbinding van bijna honderd kilometer over land aan, langs tientallen dorpjes, met een projectwaarde van tachtig miljoen euro. We onderhandelden met iedere landeigenaar, en met Sir Michael, de eigenaar van het stukje land waar we moesten aanlanden, zelfs twee jaar. Een vreselijke klus, maar je had als ontwikkelaar wel controle. Voor geen goud had ik het in die tijd overgelaten aan National Grid.\n\nWaarom geloof ik dan nu wel in TenneT? Allereerst is de tijd voorbij dat iedere ontwikkelaar zelf door Wijk aan Zee en Velsen heen kan gaan. Dat moet gecoördineerd gebeuren, anders gaan de mensen daar, terecht steigeren.

Maar verder zijn er ook rationele argumenten. De Taskforce Windenergie op Zee dacht in 2010 dat een kostenvoordeel van 500 - 600 miljoen euro op de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) te halen zou zijn bij een aansluiting door TenneT. Dit met name door lagere kapitaallasten als gevolg van een 40-jarige afschrijvingstermijn en een inkoopvoordeel van circa tien procent voor TenneT door grootschalige inkoop. Verder biedt de gestructureerde aanpak van de uitrol de mogelijkheid voor TenneT om gestandaardiseerde stopcontacten van 700 MW elk aan te leggen. Ook dat heeft kostenvoordelen.

Natuurlijk is het van belang waar en per wanneer de nieuwe windparken kunnen aansluiten op het stopcontact. Uit dat eerste komen we wel, maar dat tweede is natuurlijk verschrikkelijk belangrijk. In Duitsland deed TenneT al zoveel ervaring op -en vooral ook slechte- dat ik nu aanneem dat dit in Nederland beter zal gaan. Ik hoor sommigen zeggen dat TenneT maar niet het net op zee in Nederland moet aanleggen, maar ik zou zeggen: "Juist wel!" Als één partij leergeld in Duitsland betaalde, dan is het TenneT wel. Dus wat mij betreft doet TenneT het, zolang ontwikkelaars erop kunnen rekenen dat een aansluiting gereed is voor de commissioning van de windturbines en tegen een goede prijs